Skip to content

Funderingsrisico

Het risico van funderingsproblemen voor een woning

Inleiding

De funderingsproblematiek krijgt steeds meer aandacht. Volgens het RLI zijn er zo’n 425.000 huizen met een verwachte matige of zeer ernstige funderingsschade in Nederland.

Maar wat is het risico van funderingsschade voor een individuele woning?

Risico’s in de toekomst

Algemeen geldt dat:

Risico=Kans×Schade

Dit betekent dat zowel de kans op een bepaalde vorm van funderingsschade als de daarbij horende kostenpost bekend moet zijn om het risico uit te rekenen.
Maar de schade wordt pas ergens in de toekomst manifest. Dat betekent dat rekening gehouden moet worden met de depreciatie, ontwaarding van geld. Immers een euro in de toekomst is minder waard dan een euro nu.
De depreciatie van geld kan met de NettoContanteWaarde-Methode worden berekend. Deze methode maakt gebruik van een verdisconteringsvoet, die aangeeft hoeveel het benodigde geld ook had kunnen opleveren wanneer men het anders had aangewend. Bijvoorbeeld op een beleggingsrekening.

Een voorbeeld

Stel een woning wordt gekocht voor € 450.000, met een hypotheek voor 30 jaar. En de woning kent 3 risico’s op funderingsschade, die niet in de prijs tot uitdrukking zijn gekomen. Namelijk

  • Kleine problemen
    Gemiddeld 1 keer in de 2 jaar € 2.000 kosten aan
    • Kleine scheurtjes in stucwerk of verf
    • Haarscheuren in muren of plafonds
  • Middelgrote problemen
    Gemiddeld 1 keer in de 4 jaar € 10.000 kosten aan
    • Brede scheuren in metselwerk
    • Verzakkingen van vloeren (scheefstand)
    • Kromtrekken van kozijnen en deuren
    • Problemen met leidingen of afvoeren door verschuiving
  • Grotere problemen
    Gemiddeld 1 keer in de 25 jaar € 40.000 kosten aan
    • Grote scheuren in dragende muren
    • Instabiliteit van vloeren en draagconstructies

Het risico per jaar van de kleine problemen is € 1.000 (= 50% x € 2.000). Dat van de middelgrote problemen € 2.500 (=25% x € 10.000) en het risico van de grotere problemen is € 1.600 (=4% x € 40.000).

Wanneer er geen rekening zou worden gehouden met de depreciatie van geld zou het risico voor de komende 30 jaar gelijk zijn aan € 153.000. € 30.000 voor de kleine problemen, € 75.000 voor de middelgrote problemen en € 48.000 voor de grote problemen.
Rekening houdend met een verdisconteringsvoet van 3,5% zien de jaarlijkse risico’s er als volgt uit:

Het totale risico is dan gelijk aan € 97.082.